





























Hadeeth Cards
Da'wa cards that highlight great meanings from the noble prophetic hadiths in a simple style and attractive display that helps the Muslim to have a deeper understanding of his religion in an easy way
All
Mu'ādh (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: Ik reed achter de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) op een ezel genaamd 'Ufayr. De Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen over hem zijn) vroeg: "O Mu'ādh, weet jij wat het recht van Allah op Zijn dienaren is en wat het recht van Zijn dienaren op Hem is?" Ik antwoordde: "Allah en Zijn Boodschapper weten dat het beste." Hij zei: "Allah's recht op Zijn dienaren is dat zij Hem aanbidden en geen deelgenoten met Hem associëren. En het recht van de dienaren op Allah is dat Hij degene die geen deelgenoten met Hem verbindt niet straft." Ik zei: "O Boodschapper van Allah, moet ik de mensen niet op de hoogte brengen van dit goede nieuws?" Hij zei: "Breng hen er niet van op de hoogte, opdat zij er niet op gaan leunen ( zonder te handelen) "
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimDe profeet (moge Allah's vrede en zegeningen op hem zijn) noemt het recht van Allah op Zijn dienaren en het recht van Zijn dienaren op Hem en toont aan dat Allah's recht op Zijn dienaren is dat zij Hem alleen aanbidden en geen deelgenoten met Hem associëren; Het recht van zijn dienaren op Allah is dat Hij de monotheïsten, degenen die geen partners met Hem toekennen, niet zal bestraffen. Toen zei Mu'ādh: O Boodschapper van Allah, moet ik de mensen informeren zodat zij zich verheugen over deze verdienste? Maar de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) zei tegen hem dat hij hen niet moest inlichten, anders zouden zij alleen van deze zaak afhankelijk worden (zonder erna te handelen).
Jābir (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: Een man kwam naar de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen op hem zijn) en zei: "O Boodschapper van Allah, wat zijn de twee geboden?" Hij zei: "Wie sterft terwijl hij niets met Allah associeert zal het Paradijs binnengaan en wie sterft terwijl hij iets met Allah associeert zal het Hellevuur binnengaan."
Overgeleverd door MoeslimEen man vroeg de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) over de twee eigenschappen: één die het Paradijs doet binnengaan en één die het Hellevuur doet binnengaan. Als antwoord zei de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) dat de eigenschap die het betreden van het Paradijs mogelijk maakt, is dat een persoon moet sterven terwijl hij Allah alleen aanbidt en niets met Hem associeert; en de eigenschap die het binnengaan van het Hellevuur rechtvaardigt, is dat een persoon sterft terwijl hij iets met Allah associeert, door Hem een deelgenoot toe te schrijven of gelijkwaardig in Zijn goddelijkheid of heerschappij of Zijn namen en eigenschappen.
Van Soefyan ibn Abdoelah al-Thaqafi (moge Allah tevreden zijn met hem) zei: Ik vroeg: "O boodschapper van Allah, zeg mij iets over de islam waarnaar ik niemand anders zal vragen dan u ." Hij zei: "Zeg: 'Ik geloof in Allah, en blijf standvastig."
Overgeleverd door Moeslim en AhmedDe metgezel Soefyan ibn Abdoellah (moge Allah tevreden zijn met hem) vroeg de profeet (vrede zij met hem) om hem een allesomvattende uitspraak te leren die de essentie van de islam samenvat en waarnaar hij verder niet hoefde te vragen aan niemand anders. Hij antwoordde: "Zeg: 'Ik heb Allah geëénigd en ik geloof dat Hij mijn Heer, God, Schepper en de enige ware God is, zonder deelgenoten.'" Vervolgens dient hij zich te wijden aan gehoorzaamheid aan Allah door de verplichtingen van Allah te vervullen en zich te onthouden van de verboden zaken van Allah, en dit blijvend vol te houden.
'Abdullāh ibn 'Amr ibn al-'Ās (moge Allah tevreden met hun zijn) rapporteerde: De Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen op hem zijn) zei: "Voorwaar, Allah zal een man uit mijn gemeenschap redden op de Dag des Oordeels, met de hoofden van de schepping opgesteld, en Hij zal negenennegentig registers voor hem uitrollen, elk register zo ver als het oog reikt. Vervolgens zal Hij zeggen: 'Ontken je iets van dit?' Hebben mijn schijvers je onrecht aangedaan?' Hij zal antwoorden: 'Nee, mijn Heer.' Hij zal zeggen: 'Heb je een excuus?' Hij zal antwoorden: 'Nee, mijn Heer.' Hij zal zeggen: 'Maar ja, je hebt bij ons goede daden.' Waarlijk, er zal geen onrecht tegen jou zijn op deze dag.' Er zal een kaart tevoorschijn worden gehaald waarop staat: 'Ik getuig dat er geen god is behalve Allah, en ik getuig dat Mohammed Zijn dienaar en boodschapper is.' Hij zal zeggen: 'Kom naar voren en weeg jouw beloning.' Hij zal vragen: 'Mijn Heer, wat is deze kaart met al deze registers?' Hij zal antwoorden: 'Voorwaar, je wordt niet onrechtvaardig behandeld.' Hij zal zeggen: 'De registers zullen aan de ene kant worden geplaatst en de kaart aan de andere kant. De registers zullen verspreid raken en de kaart zal zwaar worden, er zal niets even zwaar zijn als de Naam van Allah.'"
Overgeleverd door At-Tirmidi en Ibn MajaDe Profeet (vrede zij met hem) heeft ons verteld dat Allah een man uit Zijn gemeenschap zal kiezen op de Dag des Oordeels. Deze man zal opgeroepen worden en geconfronteerd worden met negenennegentig registers, die de slechte daden bevatten die hij in dit wereldse leven heeft verricht. De lengte van elk register is zo lang als het zicht reikt. Dan zal de Almachtige Allah tot deze man zeggen: Ontken jij iets van wat in deze registers geschreven staat? Hebben Mijn schrijvende engelen jou onrecht aangedaan? De man zal zeggen: "Nee, mijn Heer." Dan zal Allah Almachtig zeggen: Heb jij een excuus dat geaccepteerd kan worden met betrekking tot de daden die jij in het wereldse leven hebt verricht? Zoals dat je ze deed uit vergetelheid of onwetendheid of per ongeluk. De man zal zeggen: Nee mijn Heer, ik heb geen excuus. Allah de Almachtig zal zeggen: "Je hebt bij ons een goede daad verricht en je zal vandaag geen onrecht worden aangedaan." Hij zal antwoorden: "Er wordt een kaart tevoorschijn gehaald waarop staat: 'Ik getuig dat er geen god is behalve Allah, en ik getuig dat Mohammed Zijn dienaar en boodschapper is'." Dan zal de Almachtige Allah tegen deze man zeggen: Breng je weegschaal. De man zal verwonderd zeggen: O Heer, welk gewicht kan deze kaart hebben naast deze registers! Allah Almachtig zal zeggen: Jullie zullen niet onderworpen zijn aan onrechtvaardigheid. Hij zal zeggen: "De registers worden aan de ene kant geplaatst en de kaart aan de andere kant." De kant met de registers wordt lichter en de kant met de kaart wordt zwaarder en weegt meer. Dan vergeeft Allah hem.
Abu Hurayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: De Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen op hem zijn) zei: "Toen Allah het Paradijs en het Hellevuur schiep, stuurde Hij Jibrīl (Gabriël) (vrede zij met hem) naar het Paradijs en zei: 'Kijk ernaar en naar wat Ik erin heb voorbereid voor haar bewoners.' Hij bekeek het, keerde terug en zei: 'Bij Uw glorie, niemand zal ervan horen, behalve dat hij het binnengaat.' Toen gaf Hij bevel dat zij met moeilijkheden omringd zou worden. Hij zei: 'Keer erheen terug en kijk ernaar en naar wat Ik erin heb klaargemaakt voor haar bewoners. Hij keerde er dus naar terug en vond het omringd met moeilijkheden. Hij zei: 'Bij Uw glorie, ik vrees dat niemand het zal binnengaan.' Hij zei: 'Ga naar het Hellevuur en bekijk het en wat Ik er voor haar bewoners in heb voorbereid.' Hij bekeek het en ontdekte dat de delen ervan zich op elkaar stapelden. Toen keerde hij terug en zei: 'Bij Uw glorie, niemand zal het binnengaan.' Hij gaf het bevel dat het omsingeld zou worden. Toen zei hij: 'Keer terug en kijk ernaar. Hij keek ernaar en vond het omgeven met verlangens. Hij keerde terug en zei: 'Bij uw eerbiedwaardige, ik vrees dat niemand ervan zal worden gered, behalve dat hij het zal betreden.'"
Overgeleverd door Aboe Dawoed, At-Tirmidi en An-Nasa'iDe Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen op hem zijn) vertelde dat toen Allah het Paradijs en het Hellevuur schiep, Hij tegen Jibrīl (vrede zij met hem) zei: Ga naar het Paradijs en bekijk het. Hij ging, bekeek het en keerde terug. Jibrīl zei: O Heer, bij Uw eer, niemand zal er over horen en over de gelukzaligheid, genade en aangename dingen die er in zijn, behalve dat hij er graag in wil en zich daarvoor inspant. Daarna heeft Allah het paradijs behoed en omringd met beproevingen en moeilijkheden in het uitvoeren van geboden en het vermijden van verboden. Degenen die het willen betreden, moeten die beproevingen doorstaan. Toen zei Allah Almachtig: O Jibrīl, ga en kijk naar het Paradijs - nadat Hij het omringd had met moeilijkheden. Hij ging erheen en keek ernaar. Toen keerde hij terug en zei: O Heer, bij Uw eer, ik vrees dat niemand het zal binnengaan vanwege de moeilijkheden en ontberingen die op de weg ernaartoe liggen. En toen Allah het Hellevuur schiep, zei Hij: O Jibrīl, ga er naar kijken. Hij ging en keek ernaar. Toen keerde Jibrīl terug en zei: O Heer, bij Uw eer, niemand zal horen over de bestraffing, het leed en de kwellingen die erin zijn, of hij verafschuwt het om het binnen te gaan en vermijdt de oorzaken ervan." Toen omringde Allah de Almachtige het Hellevuur met begeerten en genietingen en liet hen op de weg erheen liggen. Toen zei Hij: O Jibrīl, ga en kijk ernaar. Jibril ging weg en keek ernaar, en toen kwam hij terug en zei: "O Allah, bij Uw grootheid, ik heb gevreesd en getwijfeld en gevoeld dat niemand eraan zou ontsnappen vanwege de verleidingen en genoegens eromheen."
'Abdullāh ibn 'Amr ibn al-'Ās (moge Allah tevreden met hen zijn) rapporteerde: Ik hoorde de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen op hem zijn) zeggen: "Allah bepaalde het lot van de schepselen vijftigduizend jaar voordat Hij de hemelen en de aarde schiep." Hij zei: " Zijn Troon is op het water."
Overgeleverd door MoeslimDe profeet Mohammed (vrede zij met hem) werd geïnformeerd dat Allah in detail heeft vastgelegd wat er zal gebeuren met de lotsbestemmingen van de schepselen, zoals leven, dood, voorzieningen en andere zaken, in de bewaarde Tablet (Al-Lawh Al-Mahfuz) vóór de schepping van de hemelen en de aarde met vijftigduizend jaar. Dit is een vaststaand feit dat overeenkomt met wat Allah, de Verhevene, heeft bepaald. Dus alles wat bestaat, is door de voorbeschikking en het decreet van Allah. Wat een dienaar treft, zou hem niet missen, en wat hij miste, zou hem niet treffen.
Van Djabir (moge Allah tevreden zijn met hem) is overgeleverd dat hij zei: Ik hoorde de profeet (vrede zij met hem) zeggen: "Voorwaar, tussen een persoon en ongeloof en afgoderij staat het verwaarlozen van het gebed (sommige geleerden zeggen dat dat al gebeurd wanneer men één gebed expres niet op tijd doet)".
Overgeleverd door MoeslimDe profeet (vrede zij met hem) heeft ernstig gewaarschuwd voor het verwaarlozen van het verplichte gebed. Hij heeft verkondigd dat tussen een persoon en het vervallen in afgoderij en ongeloof het verzuimen van het gebed ligt. Het gebed is de tweede pijler van de pilaren van de Islam, en het heeft een immense betekenis binnen de Islam. Degene die het niet verricht en daarmee bewust de verplichting ervan ontkent, wordt volgens de consensus van de moslims beschouwd als een ongelovige. Zelfs volledig nalaten van het gebed vanwege gemakzucht en luiheid wordt beschouwd als ongeloof. Dit is overgebracht door de consensus van de metgezellen. Zelfs als iemand het gebed soms verricht en soms verwaarloost, loopt hij het risico om onder deze ernstige waarschuwing te vallen.
Van Boeraydah (moge Allah tevreden zijn met hem) heeft gezegd dat de profeet (vrede zij met hem) zei: "Voorwaar, het verbond dat tussen ons en hen is, is het gebed. Degene die het verlaat, heeft waarlijk het geloof verzaakt."
Overgeleverd door At-Tirmidi, An-Nasa'i in al-Kubra, Ibn Maja en AhmedDe profeet (vrede zij met hem) heeft duidelijk gemaakt dat het verbond en de overeenkomst tussen de moslims en anderen, inclusief de ongelovigen en de huichelaars, het gebed is. Dus wie het verwaarloost, heeft inderdaad ongeloof begaan.
Omar ibn al-Khattab (moge Allah tevreden zijn met hem ) zei: De profeet (vrede zij met hem), heeft gezegd: "Waarlijk, Allah, de Verhevene, verbiedt jullie om bij jullie vaders te zweren." Omar zei: "Bij Allah, ik heb er nooit bij gezworen sinds ik de boodschapper van Allah (vrede zij met hem), erover heb horen spreken, terwijl hij het verbiedt en het ontraden heeft."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimDe profeet (vrede zij met hem), heeft verkondigd dat Allah, de Verhevene, het zweren bij de vaders verbiedt. Dus wie wil zweren, moet alleen bij Allah zweren en niet bij iets anders. Toen herinnerde Omar ibn al-Khattab (moge Allah tevreden zijn met hem ) eraan dat hij er niet mee had gezworen sinds hij de profeet (vrede zij met hem), had horen verbieden om ermee te zweren, noch met opzet noch door het over te nemen van anderen, behalve bij Allah.