





























Hadeeth Cards
Da'wa cards that highlight great meanings from the noble prophetic hadiths in a simple style and attractive display that helps the Muslim to have a deeper understanding of his religion in an easy way
All
Anas bin Malik, moge Allah tevreden met hem zijn, zei: Voorwaar, de Profeet (vrede zij met hem) en Mu'adh ibn Jabal reden samen op een reis. De Profeet zei: 'O Mu'adh ibn Jabal.' Hij antwoordde: 'Tot uw dienst, o Boodschapper van Allah, tot uw dienst en vreugde.' De Profeet zei: 'O Mu'adh.' Hij antwoordde: 'Hier ben ik, o Boodschapper van Allah, tot uw dienst en vreugde.' Dit herhaalde zich drie keer. Vervolgens zei de Profeet: 'Degene die getuigt dat er geen God is dan Allah en dat Mohammed de Boodschapper van Allah is, vanuit zijn hart en met oprechtheid, Allah heeft hem verboden om het Vuur binnen te treden.' Mu'adh zei: 'O Boodschapper van Allah, zal ik dit aan de mensen bekendmaken zodat ze blij kunnen zijn?' De Profeet antwoordde: 'Als je het hen verteld, zullen ze lui worden.' Mu'adh deelde deze woorden mee aan de mensen voordat hij stierf.
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimMu'adh ibn Jabal (moge Allah tevreden met hem zijn) reed achter de Profeet (vrede zij met hem) op zijn rijdier, en hij riep hem: 'O Mu'adh?' En hij herhaalde de roep drie keer, als een bevestiging van het belang van wat hij tegen hem zou zeggen. En Mu'adh (moge Allah tevreden met hem zijn) beantwoordde dit alles door te zeggen: 'Hier ben ik, o Boodschapper van Allah, tot uw dienst en vreugde.' Met andere woorden: Ik antwoord u, o Boodschapper van Allah, herhaaldelijk en ik zoek geluk in uw antwoord. Dus informeerde hij (vrede zij met hem) hem dat er niemand is die getuigt dat er geen God is dan Allah, wat betekent dat er geen rechtmatige aanbidder is behalve Allah, en dat Mohammed de Boodschapper van Allah is, met oprechtheid vanuit zijn hart, niet als een leugenaar. Als hij sterft terwijl hij in deze staat is, heeft Allah hem verboden om het Vuur binnen te gaan. Toen vroeg Mu'adh (moge Allah tevreden met hem zijn) de Profeet (vrede zij met hem) of hij de mensen mocht informeren, zodat ze verheugd en blij zouden zijn met goed nieuws? De Profeet (vrede zij met hem) vreesde dat ze te veel op het goede nieuws zouden vertrouwen en dat hun daden zouden verminderen. Mu'adh (moge Allah tevreden met hem zijn) deelde dit nieuws met niemand, behalve vóór zijn dood, uit angst om te zondigen door kennis achter te houden.
Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) heeft overgeleverd dat de Profeet ﷺ (vrede zij met hem) heeft gezegd: Onze Heer, de Verhevene en Gezegende, daalt ( op de manier dat bij zijn perfectie past zonder er een hoedanigheid aan te geven nog te verdraaien nog te ontkennen) elke nacht af naar de laagste hemel wanneer het laatste derde deel van de nacht resteert. Hij zegt: 'Wie roept Mij aan, zodat Ik zijn smeekbede kan verhoren? Wie vraagt Mij om iets, zodat Ik het kan geven? Wie zoekt Mijn vergeving, zodat Ik hem kan vergeven?'
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimDe Profeet (vrede zij met hem) verklaarde dat Allah, de Verhevene en Gezegende, elke nacht afdaalt naar de laagste hemel wanneer het laatste derde deel van de nacht resteert. Hij spoort Zijn dienaren aan om Hem aan te roepen, want Hij verhoort degene die Hem aanroept. Hij moedigt hen aan om Hem te vragen wat ze willen, want Hij geeft aan degene die Hem vraagt. Hij raadt hen aan om vergeving te vragen voor hun zonden, want Hij vergeeft Zijn gelovige dienaren.
"Overleverd door Abu Marthad al-Ghanawi, moge Allah tevreden zijn met hem, hij zei: De Boodschapper van Allah, moge de vrede en zegeningen van Allah op hem zijn, zei:" "Zit niet op graven en bid er niet naartoe."
Overgeleverd door MoeslimDe Profeet (vrede zij met hem) verbood het zitten op graven. Hij heeft ook verboden om te bidden naar graven en dat het graf zich in de richting van de Qibla van de biddende persoon bevindt, omdat dat naar polytheïsme kan leiden.
Overgeleverd door Aisha, de moeder van de gelovigen ( moge Allah tevreden zijn met haar ): Oem Salama vertelde de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) over een kerk die ze had gezien in het land van Habasja (Abessinië), genaamd Maria. Ze beschreef de beelden die ze daar had gezien. De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) reageerde door te zeggen: "Dit zijn de mensen die, wanneer een rechtvaardige dienaar of man onder hen sterft, een plaats van aanbidding bouwen over zijn graf en afbeeldingen daarvan maken. Bij Allah, zij behoren tot de slechtste van de schepselen."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimOem Salama, (moge Allah tevreden zijn met haar) heeft aan de profeet (vrede zij met hem), verteld dat toen ze in het land van Habasja (Abessinië) was, ze zag een kerk die Maria noemde. In deze kerk waren er beelden, versieringen en afbeeldingen, en ze verwonderde zich erover. De profeet (vrede zij met hem), legde de redenen uit voor het plaatsen van deze afbeeldingen. Hij (vrede zij met hem), verklaarde: "De mensen waarover je spreekt, plachten, wanneer een rechtvaardig persoon onder hen overleed, een moskee te bouwen over zijn graf en afbeeldingen te maken." De profeet (vrede zij met hem), verduidelijkte dat degenen die dat deden, zijn de slechtste van de schepping in de ogen van Allah, omdat hun handeling leidde tot het toekennen van partners aan Allah, de Verhevene.
Van Abdoellah ibn Oemar (moge Allah tevreden zijn met hen ): De boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Islam is gebouwd op vijf pijlers: De getuigenis dat er geen god is dan Allah, en dat Mohammed Zijn dienaar en boodschapper is, het verrichten van het gebed, het geven van aalmoezen, het verrichten van de bedevaart naar het Huis (de Ka°aba in Mekka), en het vasten tijdens de maand ramadan."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimDe profeet (vrede zij met hem) vergeleek de Islam met een stevig gebouw, waarvan de vijf fundamenten de kern vormen die dat bouwwerk dragen, terwijl de overige kenmerken van de Islam fungeren als de voltooiing van dat bouwwerk. En de eerste van deze pilaren zijn de twee getuigenissen: de getuigenis dat er geen God is dan Allah en dat Mohammed Zijn boodschapper is. Deze twee getuigenissen vormen één pijler en kunnen niet van elkaar worden gescheiden. De dienaar spreekt ze uit, erkent daarmee de eenheid van Allah en Zijn recht op aanbidding, boven al het andere, handelt overeenkomstig hun vereisten, en gelooft in de boodschap van Mohammed (vrede zij met hem) en volgt hem. De tweede pijler is het verrichten van het gebed, dat bestaat uit de vijf verplichte gebeden gedurende de dag en nacht: het ochtendgebed, het middaggebed, het namiddaggebed, het avondgebed en het nachtgebed, met al hun vereisten, pilaren en verplichtingen. De derde pijler is het geven van de verplichte aalmoezen (zakat), een verplichte financiële aanbidding op elk bezit dat een vastgestelde drempelwaarde bereikt volgens de islamitische wetgeving. De aalmoezen worden gegeven aan degenen die er recht op hebben. De vierde pijler is de bedevaart naar Mekka (de Hajj), waarin men naar Mekka reist om daar de voorgeschreven rituelen uit te voeren als een vorm van aanbidding van Allah de Verhevene. De vierde pijler is het vasten tijdens de maand Ramadan, waarbij men zich onthoudt van eten, drinken en andere specifieke handelingen met de intentie van aanbidding van Allah, vanaf de dageraad tot zonsondergang.
Abu Sa'īd al-Khudri (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: Ik hoorde de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen op hem zijn) zeggen: Degene onder jullie die een slechte daad ziet, laat hem deze met zijn hand veranderen. Als hij daartoe niet in staat is, dan met zijn tong. En als hij daartoe niet in staat is, dan met zijn hart. En dat is het zwakste niveau van geloof
Overgeleverd door MoeslimDe Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) beveelt dat slechte daden - dit is alles wat Allah en Zijn Boodschapper verboden hebben - veranderd moeten worden, al naar gelang iemands vermogen. Dus als iemand een slechte daad ziet, moet hij die met zijn hand veranderen, als hij daartoe in staat is. Als hij niet in staat is om dit te doen, dan moet hij het met zijn tong veranderen, door degene die het begaat te verbieden, hem het kwaad ervan aan te tonen en hem naar het goede te leiden in plaats van dat kwaad. Als hij niet in staat is om dit niveau te vervullen, dan moet hij het met zijn hart veranderen, door een afkeer te hebben van die slechte daad en te beslissen om het te veranderen als hij de mogelijkheid heeft. Het veranderen van slechte daden met het hart is in dit opzicht het zwakste vorm van het geloof.”
Ibn Mas'ūd (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: Een man zei: "O Boodschapper van Allah, zullen wij gestraft worden voor wat wij deden tijdens de djāhiliyyah (de pre-islamitische periode van onwetendheid)?" Hij zei: "Hij die goed doet in Islam zal niet gestraft worden voor wat hij deed tijdens djāhiliyyah, en hij die kwaad doet in Islam zal gestraft worden voor de eerdere en latere daden."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimDe Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) wijst op de verdienste van het binnentreden in de Islam; en dat hij die de Islam omarmt en een toegewijde, oprechte en waarheidsgetrouwe moslim wordt, niet gestraft zal worden voor de zonden die hij tijdens de djāhiliyyah beging, en dat hij die kwaad doet nadat hij tot de Islam is toegetreden, door een huichelaar te zijn of de Islam te verloochenen, gestraft zal worden voor wat hij deed zowel tijdens zijn periode van ongeloof als nadat hij tot de Islam is toegetreden.
Jābir (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: Een man zei tegen de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen op hem zijn): "Denkt u dat als ik de verplichte gebeden verricht, Ramadan vast, het wettige als wettig behandel en het onwettige als onwettig, en verder niets doe (maar zich wel houd aan de Islam), ik dan het Paradijs zal binnengaan?" Hij zei: "Ja. Hij zei: "Bij Allah, ik zal niets meer doen dan dat."
Overgeleverd door MoeslimDe Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) wijst erop dat als iemand de vijf verplichte gebeden verricht en geen extra gebeden verricht, de Ramadan vast en geen vrijwillig vasten houdt, en het wettige (Islamitische wetten) als wettig beschouwt en ernaar handelt en het onwettige als onwettig beschouwt en het vermijdt, hij het Paradijs zal binnengaan.
Abu Mālik al-Ash'ari (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: De Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen op hem zijn) zei: "Reinheid is de helft van het geloof, al-hamdulillāh (lof zij Allah) vult de Weegschaal, en subhān Allah wa al-hamdulillāh (glorie en lof zij Allah) vult wat tussen de hemelen en de aarde is. Gebed is licht, liefdadigheid is bewijs, geduld is schittering, en de Koran is een argument voor of tegen jou. Iedereen ontwaakt 's ochtends en verkoopt zijn ziel: hij bevrijdt het of veroordeelt het tot vernietiging."
Overgeleverd door MoeslimDe Profeet (vrede zij met hem) vertelt ons dat de uiterlijke reinheid wordt verkregen door wassing (wudhu) en volledige rituele reiniging (ghusl). Dit is een vereiste voor het verrichten van het gebed. dat het zeggen van "al-hamdulillāh" de Weegschaal vult. Dit is het prijzen van Allah en Hem de eigenschappen van perfectie toeschrijven. Dit zal gewogen worden op de Dag des Oordeels en de Weegschaal der Daden vullen. Dat het zeggen van "subhān Allah wa al-hamdulillāh" - dat Allah ver verheft boven alle tekortkomingen en Hem de volledige perfectie toeschrijft die bij Zijn majesteit past, samen met het liefhebben en prijzen van Hem - datgene vult wat tussen de hemelen en de aarde is. dat "gebed licht is" voor een persoon in zijn hart, op zijn gezicht, in zijn graf en op de Dag des Oordeels; dat "liefdadigheid een bewijs is" voor de oprechtheid van het geloof van een gelovige en hem onderscheidt van de huichelaar, die afziet van liefdadigheid omdat hij niet gelooft in de beloning die ervoor wordt beloofd. dat "geduld is schittering", door je te onthouden van ergernis en verontwaardiging, is uitstraling, dat is licht dat komt met hitte en verbranding, zoals het licht van de zon. Dit komt omdat geduld moeilijk is en zelfbeheersing en het weerhouden van verlangens vereist. Dus, een geduldig persoon blijft licht hebben en zich houden aan leiding en het juiste pad. Geduld wordt getoond in het naleven van Allah's geboden, het vermijden van Zijn verboden en het verdragen van kwellingen en verschillende vormen van ontberingen in deze wereld; En dat "De Koran een bewijs voor jou is" door het reciteren ervan en het handelen ernaar, of "een bewijs tegen jou is" door het nalaten ervan zonder actie of recitatie. Toen vertelde de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) dat alle mensen werken en rondtrekken, en dat ze opstaan uit hun slaap en naar buiten gaan voor hun verschillende werkzaamheden. Sommigen onder hen blijven standvastig in gehoorzaamheid aan Allah en redden hun zielen van het Vuur, terwijl anderen hiervan afwijken en zich in zonden begeven, waardoor ze ten onder gaan en het Vuur binnengaan.