





























Hadeeth Cards
Da'wa cards that highlight great meanings from the noble prophetic hadiths in a simple style and attractive display that helps the Muslim to have a deeper understanding of his religion in an easy way
All
Abdoellah ibn Masoed (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: Ik hoorde de boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zeggen: "Wie op zijn wangen slaat, zijn kleding scheurt en oproept tot onwetendheid, behoort niet tot ons".
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimDe Profeet (vrede zij met hem) heeft bepaalde handelingen die kenmerkend waren voor de periode van Djahilliya (de pre-islamitische tijd) afgekeurd en verboden. Hij zei: 'Hij behoort niet tot ons': Eerst: die zijn wangen slaat (specifiek het slaan op de wangen, omdat dat het meest voorkomende is in dat opzicht), anders zou het slaan van andere delen van het gezicht ook vallen onder dit verbod. Ten tweede: die zijn kleding scheurt om zijn hoofd erdoorheen te steken vanwege extreme verdriet. Ten derde: die de woorden van de onwetenden uitspreekt, zoals het roepen van wee, ondergang, het uiten van kreten en andere soortgelijke zaken.
Annas ibn Mālik (moge Allah tevreden zijn met hem ) rapporteerde: Ik hoorde de boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zeggen: "Allah de Verhevene en Geprezen zeide: 'O zoon van Adam, zolang je Mij aanroept en op Mij hoopt, zal Ik je vergeven voor wat er in jou is, ongeacht wat dat is. O zoon van Adam, zelfs als je zonden de hemel zouden reiken en je Mij dan om vergiffenis zou vragen, zou Ik je vergeven, ongeacht wat dat is. O zoon van Adam, zelfs als je naar Mij zou komen met de zonden van de hele aarde, en je Mij zou ontmoeten zonder Mij iets toe te voegen, zou Ik je tegemoet komen met haar (de aarde) vol aan vergiffenis.'"
Overgeleverd door At-TirmidhiDe profeet (vrede zij met hem) berichtte dat Allah de Verhevene en Geprezen zeide in de heilige Hadith zei: O zoon van Adam, zolang je Mij aanroept en op Mijn genade hoopt, en niet wanhoopt; Ik heb je zonde bedekt en uitgewist zonder er om te geven. Zelfs als deze zonde en ongehoorzaamheid grote zonden waren "O zoon van Adam, zolang je Mij aanroept en op Mijn genade hoopt, en je wanhoop niet opgeeft, zal Ik je zonde bedekken en uitwissen, zonder er acht op te slaan, zelfs als die zonde tot de grote zonden behoort." "O zoon van Adam, zelfs als je na je dood naar Mij zou komen met een aarde vol zonden en overtredingen, en je stierf als gelovige die Mij geen deelgenoten toeschreef, zou Ik deze zonden en overtredingen met een aarde vol vergeving beantwoorden. Want Ik ben de Vergevengezind, en Ik vergeef alle zonden behalve shirk (het toeschrijven van deelgenoten aan Allah)."
Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden zijn met hem ) rapporteerde dat de boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "De gelovige die krachtig is, is beter en geliefder bij Allah dan de zwakke gelovige, en beide hebben goede eigenschappen. Wees ijverig in wat je ten goede komt, zoek hulp bij Allah en wees niet machteloos. Als je iets overkomt, zeg dan niet: 'Als ik dit of dat had gedaan, zou het anders zijn geweest,' maar zeg: 'Dit is wat Allah heeft besloten en wat Hij wilde doen', want het openen van een zin met 'als' opent de handelingen van de duivel".
Overgeleverd door MoeslimDe profeet (vrede zij met hem) verduidelijkte dat alle gelovigen goed zijn, maar de gelovige die sterk is in zijn geloof, vastberadenheid, rijkdom en andere aspecten van kracht is beter en geliefder bij Allah dan de zwakkere gelovige. Daarna adviseerde de profeet (vrede zij met hem) de gelovige om gebruik te maken van de middelen voor datgene wat hem ten goede komt, zowel in wereldse aangelegenheden als voor het hiernamaals, terwijl hij vertrouwt op en steunt op Allah, en zijn toevlucht zoekt bij Hem. Daarna verbood de profeet (vrede zij met hem) hulpeloosheid, luiheid en traagheid bij het verrichten van daden die voordelig zijn voor zowel dit leven als het hiernamaals. Wanneer de gelovige zich inspant in zijn handelingen, middelen gebruikt, vertrouwt op Allah en het goede van Allah zoekt, rest hem niets anders dan zijn zaak volledig toe te vertrouwen aan Allah. Hij dient te weten dat de keuze van Allah de Verhevene het goede vertegenwoordigt. In het geval dat hij daarna wordt getroffen door een tegenslag, mag hij niet zeggen: Als ik dit en zo had gedaan, zou het zo zijn geweest”; Want als men begint met 'als' (لو) opmerkingen, opent het de handelingen van de duivel, in het protesteren tegen het lot en het betreuren van gemiste kansen. In plaats daarvan zou men zich overgeven en tevreden zijn en zeggen: 'Het is de wil van Allah en wat Hij wil, gebeurt," Alles wat gebeurt, geschiedt slechts volgens wat Allah heeft gewild, want Hij realiseert wat Hij wil. Niemand kan Zijn decreet veranderen en niemand kan Zijn oordeel achteraf herroepen."
Van Aboe Waqid Al-Laithi (moge Allah tevreden zijn met hem) zei: Op een dag, toen de boodschapper van Allah (vrede zij met hem) naar Hoenayn reisde, passeerde hij een boom waar de polytheïsten hun wapens aan hingen genaamd 'Dzat-anwat'. Ze vroegen de profeet (vrede zij met hem): 'O boodschapper van Allah, maak een Dzat-anwat voor ons, zoals zij een Dzat-anwat hebben.' De profeet (vrede zij met hem) antwoordde: 'SubhanAllah! Dit is precies zoals het volk van Mozes zei: "Maak ons een god, zoals zij goden hebben." (Al-A'raf, 7:138). Ik zweer bij Degene Die mijn leven in Zijn hand heeft, jullie zullen zeker de wegen van degenen volgen die vóór jullie waren".
Overgeleverd door At-Tirmidhi en AhmedDe boodschapper van Allah, vrede zij met hem) trok naar Hoenayn, een vallei tussen Ta'if en Mekka, vergezeld door enkele metgezellen die recent tot de islam waren toegetreden. Zij kwamen langs een boom die bekend staat als 'Dzat Anwat', wat betekent: "de boom van ophangingen". De afgodendienaars vereerden deze boom en hingen er hun wapens en andere zaken aan in de hoop zegeningen te verkrijgen. Zij verzochten de boodschapper (vrede zij met hem) om een boom voor hen te creëren die gelijk was aan die (de Dzat Anwat) waar ze hun wapens aan konden hangen, hopend op zegeningen. Zij waren van mening dat dit toegestaan was. De profeet (vrede zij met hem), prees Allah in afkeuring van dit verzoek en om Allah te verheerlijken. Hij gaf aan dat dit verzoek gelijkenis vertoont met het verzoek van het volk van Mozes, zoals in de verzen staat: 'Maak voor ons een god, zoals zij goden hebben.' Toen ze zagen dat anderen afgoden aanbaden, wilden ze ook beelden hebben zoals de polytheïsten, en dit werd beschouwd als het volgen van hun praktijken, Vervolgens informeerde de profeet (vrede zij met hem) dat deze gemeenschap het pad van de joden en de christenen zou volgen en hun handelingen zou imiteren, waarbij hij hiervoor waarschuwde.
Ibn 'Abbās (moge Allah tevreden zijn met hen ) rapporteerde: Er wordt verteld dat een man naar de profeet (vrede zij met hem), kwam en met hem over een kwestie sprak. De man zei: 'Wat Allah wil en wat jij wilt.' De profeet (vrede zij met hem) antwoordde: 'Heb je mij als partner aan Allah toegevoegd? Zeg: Wat Allah alleen wil.
Overgeleverd door Ibn Maja, An-Nasa'i in al-Kubra en AhmedEr kwam een man naar de profeet (vrede zij met hem) en sprak met hem over een aangelegenheid en zei toen: 'Wat Allah wil en wat jij wilt. De profeet (vrede zij met hem) verwierp deze uitspraak en informeerde hem dat het toevoegen van de wil van de schepsel aan de wil van Allah door middel van 'en' een vorm van kleine associatie (shirk) is, wat niet acceptabel is voor een moslim om uit te spreken, Vervolgens wees hij hem op de juiste uitdrukking: 'Wat Allah wil, alleen wat Hij wil.' Hiermee benadrukt men de wil van Allah exclusief, waarbij de wil van niemand anders aan Zijn wil wordt toegevoegd door enige vorm van associatie.
Van Aisha, de Moeder der gelovigen, moge Allah tevreden zijn met haar , zei: De boodschapper van Allah (vrede zij met hem), kwam bij mij terwijl ik een gordijn met afbeeldingen had opgehangen. Toen hij het zag, scheurde hij het gordijn kapot, zijn gezicht veranderde van kleur en hij zei: 'O Aisha ! Degenen die de zwaarste bestraffing van Allah zullen ontvangen op de Dag des Oordeels zijn zij die proberen de schepping van Allah na te bootsen.' Aisha zei: "Dus hebben we het stuk gesneden en er kussens of twee kussens van gemaakt".
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimToen de profeet (vrede zij met hem) het huis van Aisha (moge Allah tevreden zijn met haar) binnenging, ontdekte hij dat zij de kleine kast had bedekt waarin de spullen worden bewaard met stof waarop afbeeldingen van levende wezens stonden. Zijn gezichtsuitdrukking veranderde vanwege verontwaardiging voor Allah en hij verwijderde het doek, en zei: De zwaarst gestrafte mensen op de Dag des Oordeels zijn degenen die proberen te evenaren in het scheppen van afbeeldingen van de schepping van Allah. Aisha zei: 'We maakten het tot één kussen of twee kussens.
Van Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hem ) rapporteerde: De profeet (vrede zij met hem) zei: "Allah zei: 'De zoon van Adam beledigt Mij en ontkent mijn woorden terwijl hij dat niet zou moeten doen. Wat betreft zijn ontkenning van Mij: Zijn bewering dat Ik hem niet zoals in het begin kan terugbrengen, hoewel de schepping van het begin gemakkelijker voor Mij is dan zijn terugkeer. Wat betreft zijn belediging: Zijn verklaring dat Ik een zoon heb, terwijl Ik de Ene, de Eeuwige ben. Ik heb geen kinderen, noch ben Ik geboren en is er niets of niemand die gelijk is aan Mij".
Overgeleverd door Al-BoekhariIn de Hadith Qoedsi verduidelijkt de profeet (vrede zij met hem) dat Allah, de Verhevene, heeft geïnformeerd dat de polytheïsten en ongelovigen Hem ontkennen en Hem beschrijven met tekortkomingen en gebreken, terwijl dat niet gepast is voor hen. Het ontkennen van Allah door hen is hun bewering dat Allah hen na hun dood niet opnieuw zal laten herrijzen, zoals Hij hen in eerste instantie vanuit het niets schiep. Hij weerlegt hun bewering door te stellen dat Degene die de schepping uit het niets tot stand heeft gebracht, het herstellen ervan gemakkelijker vindt, en wat de zaak voor Allah betreft zowel de schepping als de herhaling gelijk is, want voor Allah is alles mogelijk. Hun laster betrof hun bewering dat Allah een zoon heeft. Het weerwoord hierop was dat Allah de Ene is, de Unieke, met alle perfecties in Zijn namen, attributen en daden, vrij van enige tekortkoming of gebrek, de Eeuwige die geen behoeften heeft maar door iedereen nodig is, en die geen ouders heeft en ook niet geboren is uit iets of iemand, en dat er niets is dat aan Hem gelijk is. Verheven is Hij, ver verheven boven alle tekortkomingen en volmaakt.
Van Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden zijn met hem ) zei: De boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Allah zegt: 'Wie vijandigheid toont jegens een van Mijn dienaren, heeft de oorlog aan Mij verklaard. Maar Mijn dienaar blijft zich nader tot Mij brengen door aanbevolen daden totdat Ik van hem houd . En wanneer Ik van hem houd, word Ik zijn gehoor waarmee hij hoort, zijn gezichtsvermogen waarmee hij ziet, zijn hand waarmee hij vasthoudt, en zijn voet waarmee hij loopt. Als hij Mij iets vraagt, zal Ik het hem zeker geven, en als hij Mij om bescherming vraagt, zal Ik hem zeker beschermen. Ik aarzel nooit om iets te doen zoals Ik aarzel om het leven van een gelovige te nemen, want hij verafschuwt de dood, en Ik verafschuw hem pijn te doen."
Overgeleverd door Al-BoekhariDe profeet (vrede zij met hem) verkondigde in de heilige overlevering dat Allah, de Almachtige, zei: Wie vijandigheid toont jegens een van Mijn dienaren, heeft de oorlog aan Mij verklaard. De vriend (al-wali) is de gelovige die vroom is, en zijn mate van vroomheid en geloof bepaalt zijn relatie met Allah. De moslim benadert zijn Heer niet met iets dat meer geliefd voor Hem is dan de verplichte en voorgeschreven daden van gehoorzaamheid, zoals het vermijden van verboden handelingen. En de moslim blijft zijn Heer naderen met vrijwillige daden naast de verplichte daden, totdat hij Allah's liefde verkrijgt. Als Allah van iemand houdt, zorgt Allah voor hem in deze vier aspecten: Hij oriënteert zich op zijn gehoor, dus hoort alleen datgene wat Allah welgevallig is. Hij wordt geleid in zijn zicht, dus ziet alleen wat Allah behaagt om naar te kijken en goedkeurt. Hij wordt geleid in zijn handelen, dus doet hij alleen wat Allah behaagt. Hij wordt geleid in zijn voetstappen, dus loopt hij alleen naar wat Allah tevreden stelt, en hij streeft alleen naar datgene wat goed is. In alle opzichten, als hij iets van Allah vraagt, zal Allah hem geven waar hij om vraagt, waarmee zijn smeekbede verhoord wordt. En als hij bescherming zoekt bij Allah voor bescherming, zal Allah hem beschermen en hem behoeden voor datgene waar hij bang voor is. In vervolg hierop zei Allah, de Verhevene: 'Ik aarzel nooit om iets te doen zoals ik aarzel om het leven van de gelovige te nemen, want hij verafschuwt de dood vanwege de pijn die het met zich meebrengt, en Allah verafschuwt wat de gelovige pijn doet.
Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hem) rapporteerde: De boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Er zijn twee zaken die in de ogen van mensen als een vorm van ongeloof worden beschouwd: het kwetsen van iemands afkomst en het uitoefenen van rouwklachten over een overledene".
Overgeleverd door MoeslimDe profeet (vrede zij met hem) informeert over twee eigenschappen onder de mensen die behoren tot de daden van de ongelovigen en de omgangsvormen van de tijd van onwetendheid, namelijk: De eerste: Het belasteren van de afstamming van mensen, hen in diskrediet brengen en neerkijken op hen. De tweede: Het verheffen van de stem bij een tegenslag uit onvrede met het lot of het scheuren van kleding uit intense wanhoop.