





























Hadeeth Cards
Da'wa cards that highlight great meanings from the noble prophetic hadiths in a simple style and attractive display that helps the Muslim to have a deeper understanding of his religion in an easy way
All
Van Aïcha, de Moeder der gelovigen (moge Allah tevreden zijn met haar) zei: "Wanneer de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) hen een bevel gaf, dan belastte hij hen slechts met datgene wat zij naar vermogen konden volbrengen. Daarop zeiden zij: “Wij zijn niet zoals u, o Boodschapper van Allah. Allah heeft immers uw vroegere en latere zonden vergeven.” Dan werd hij kwaad en zijn toorn werd zichtbaar in zijn gelaat, waarna hij sprak: “Waarlijk, de meest godvrezende onder u en degene met de diepste kennis van Allah, dat ben Ik."
Overgeleverd door Al-BoekhariMoeder der gelovigen, Aïcha -moge Allah tevreden met haar zijn- verhaalt dat de Profeet (vrede zij met hem) de mensen, wanneer hij hun een werk oplegde, slechts belastte met datgene wat voor hen licht en draaglijk was en niet met wat hun zwaar zou vallen, uit vrees dat zij anders niet in staat zouden zijn het blijvend vol te houden. Hijzelf handelde overeenkomstig dit beginsel van verlichten. Maar zij verlangden van hem dat hij hun een zwaardere opdracht oplegde, in de overtuiging dat zij slechts door het verzwaren van hun inspanning hun graden konden verheffen, terwijl hij daarvan vrijgesteld zou zijn. Toen zeiden zij: “Onze toestand is niet zoals die van u, o Boodschapper van Allah. Allah heeft immers uw vroegere en latere zonden vergeven.” Dan werd hij kwaad en die toorn werd zichtbaar in zijn gelaat, waarna hij sprak: “Waarlijk, de meest godvrezende onder u en degene met de diepste kennis van Allah, dat ben Ik. Verricht dus wat Ik u opdraag.”
Ibn Abbas (moge Allah tevreden zijn met hen ) zei, dat de profeet (vrede zij met hem) zei: "Wij zijn het laatste van de gemeenschappen en de eersten die rekenschap moeten afleggen." Er wordt gezegd: "Waar is de ongeletterde gemeenschap en haar Profeet?" Hierop antwoorden wij: "Wij zijn de laatsten, maar degenen die als eersten verantwoording moeten afleggen."
Overgeleverd door Ibn MajaDe Profeet (vrede zij met hem) vertelde dat zijn Oemma de laatste is wat betreft tijd en bestaan, maar de eersten die op de Dag des Oordeels rekenschap zullen moeten afleggen. Er zal op die dag worden gevraagd: “Waar is de ongeletterde Oemma en haar Profeet?” Dit verwijst naar de ongeletterdheid van de Profeet (vrede zij met hem) wat betreft lezen en schrijven. Zo zullen zij als eersten tot rekenschap worden geroepen; wij zijn de laatsten in tijd en bestaan, maar de eersten in het ondergaan van de berekening op de Dag des Oordeels en bij het betreden van het Paradijs.
Anas ibn Malik (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: De Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen op hem zijn) zei: "Wie ons gebed verricht, zich richt naar onze gebedsrichting (de Qibla) en eet van onze geslachte dieren, die behoort tot de gemeenschap van de moslims. Voor hem geldt de bescherming van Allah en de bescherming van Zijn Boodschapper. Schend daarom niet de verbondsbescherming van Allah."
Overgeleverd door Al-BoekhariDe Profeet (vrede zij met hem) heeft meegedeeld dat wie zich houdt aan de zichtbare religieuze rituelen, door te bidden zoals wij bidden, zich te richten naar de Kaba, onze gebedsrichting en te eten van onze geslachte dieren, deze als toegestaan beschouwend dat diegene behoort tot de gemeenschap van de moslims. Voor zo iemand geldt de bescherming, het verbond en de garantie van Allah en van Zijn Boodschapper. Schend daarom de bescherming en het verbond van Allah ten aanzien van hem niet.
Oem Salama, de moeder der gelovigen (moge Allah tevreden zijn met haar ) zei: Ik hoorde de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zeggen: Er is geen moslim die door een tegenslag wordt getroffen en vervolgens de woorden uitspreekt die Allah heeft voorgeschreven: {Wij behoren aan Allah toe en tot Hem keren wij terug} [Al-Baqara: 156], gevolgd door het gebed: "O Allah, beloon mij voor mijn tegenslag en schenk mij iets beters in de plaats," zonder dat Allah hem iets beters geeft dan wat hij heeft verloren. Oem Salama vervolgde: "Toen Aboe Salama overleed, dacht ik: 'Wie onder de moslims kan beter zijn dan Aboe Salama, de eerste die zijn huis achterliet om te emigreren naar de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem)?' Toch sprak ik de woorden van het gebed uit en Allah schonk mij als vervanging niemand minder dan de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem)."
Overgeleverd door MoeslimOem Salama, de moeder der gelovigen (moge Allah tevreden zijn met haar), vertelde dat zij de Profeet (vrede zij met hem) eens hoorde zeggen: Er is geen moslim die door een tegenslag wordt getroffen en vervolgens de woorden uitspreekt die Allah voor hem heeft aanbevolen: {Wij behoren aan Allah toe en tot Hem keren wij terug} [Al-Baqara: 156], (O Allah, beloon mij) en beloon mij voor mijn geduld (mijn tegenslag) en geef mij in plaats (en schenk mij) (iets beters in de plaats). Oem Salama vervolgde: Toen Aboe Salama overleed, zei ik: ‘Wie onder de moslims is beter dan Aboe Salama, de eerste die met zijn gezin emigreerde naar de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem)?’ Maar Allah gaf mij de kracht om de woorden uit te spreken en Hij schonk mij als vervanging niemand minder dan de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem), beter dan Aboe Salama."
Overgeleverd door Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden zijn over hem) dat de profeet (vrede zij met hem) zei: "De Profeet (vrede zij met hem) zei: “O Bilal, vertel mij over de meest hoopgevende daad die je sinds je toetreding tot de Islam hebt verricht, want ik heb het geluid van jouw sandalen vóór mij gehoord in het Paradijs.” Bilal (mag Allah tevreden zijn met hem) antwoordde: “De daad die voor mij het meest hoopvol is, is dat ik nooit wassing verrichtte op welk moment van de dag of nacht dan ook of ik verrichtte daarna een gebed, zoveel als Allah mij aan gebeden had voorgeschreven.”
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimDe Profeet (vrede zij met hem) zag in een droom dat hij zich in het Paradijs bevond. Daarop zei hij tot Bilal ibn Rabah (moge Allah tevreden zijn met hem): Bilal antwoordde: “De daad die voor mij het meest hoopvol is, is dat ik, telkens wanneer ik op welk moment van de dag of nacht dan ook mijn staat van wassing verbrak, onmiddellijk opnieuw de wassing verrichtte. Vervolgens wijdde ik mij met diezelfde wassing aan vrijwillige gebeden, zolang Allah mij in staat stelde om te bidden.”
Ali (moge Allah tevreden zijn over hem)- zei: "Als ik jullie iets vertel over de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem), dan is het mij liever van de hemel te vallen dan een leugen over hem te vertellen. Maar als ik met jullie spreek over zaken tussen mij en jullie, weet dan dat oorlog misleiding is." Hij vervolgde: "Ik hoorde de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zeggen: '‘Aan het einde van de wereld zullen er mensen verschijnen die jong van leeftijd en onvolwassen in hun denken zijn. Ze spreken de mooiste woorden die de schepping ooit heeft gehoord, maar ze zullen uit de Islam verdwijnen zoals een pijl uit een prooi schiet. Hun geloof reikt niet verder dan hun keel. Dood hen waar je ze ook tegenkomt, want wie hen doodt, zal op de Dag der Opstanding daarvoor beloond worden."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimOverlevering van Amir al-Moeminin Ali ibn Abi Talib (moge Allah tevreden zijn met hem): "Als jullie mij horen spreken over de Profeet (vrede zij met hem), dan spreek ik zonder omwegen, zonder verhulling of dubbelzinnigheid. Het is voor mij lichter en makkelijker om van de hemel te vallen dan bewust een leugen over de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) te vertellen. Maar als ik spreek over zaken tussen mij en anderen, dan is oorlog een kwestie van strategie en misleiding; in zulke gevallen kan ik verhullen of dubbelzinnig zijn. Ik hoorde de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zeggen: Aan het einde van tijd zullen er jonge mensen verschijnen, klein van leeftijd en zwak van verstand. Ze zullen veelvuldig de Koran reciteren en prachtige woorden spreken, maar zij zullen uit de Islam treden zoals een pijl door een prooi schiet en het zonder enig spoor verlaat. Hun geloof zal niet verder reiken dan hun keel. Waar je hen ook tegenkomt, dood hen, want wie hen doodt, zal op de Dag der Opstanding daarvoor beloond worden.
Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden zijn met hem) rapporteerde: De boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Waarlijk, Allah is tevreden met drie zaken voor jullie en verwerpt drie zaken: Hij is tevreden dat jullie Hem aanbidden zonder Hem deelgenoten toe te kennen, dat jullie je allen vastklampen aan het touw van Allah en niet uit elkaar gaan en Hij verwerpt voor jullie: roddelen en het verspreiden van geruchten, het stellen van overmatige vragen en het verspillen van rijkdom."
Overgeleverd door MoeslimDe Profeet (vrede zij met hem) heeft verteld dat Allah drie deugden van Zijn dienaren liefheeft en drie zaken verwerpt: Hij houdt van: Dat zij Hem de enige aanbidden en geen deelgenoten aan Hem toekennen, dat zij zich vastklampen aan het verbond van Allah, de Koran en de Soenna van Zijn Boodschapper en dat zij zich niet afscheiden van de gemeenschap van moslims. En Hij verwerpt voor hen: nutteloos gepraat en overbodige woorden over zaken die hen niet aangaan, het stellen van vragen over zaken die nog niet gebeurd zijn, het vragen om andermans bezit en geld zonder noodzaak, het verspillen van rijkdom door het te besteden aan zaken die niet in overeenstemming zijn met de Islamitische richtlijnen en het blootstellen ervan aan vernietiging.
Van Aboe Moesa Al-Ash'ari (moge Allah tevreden zijn met hem ) zei dat de profeet (moge Allah's gebeden en vrede zij met hem zijn) zei: "Wie wapens tegen ons opneemt, behoort niet tot onze gemeenschap".
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimDe profeet (vrede zij met hem) waarschuwde tegen het dragen van wapens tegen medemoslims, uit angst voor het veroorzaken van angst of beroving. Degenen die dit zonder recht doen, begaan een ernstige misdaad en behoren tot de grote zonden. Dit brengt een strenge waarschuwing met zich mee.
Omar, moge Allah tevreden zijn met hem, zei: Hij kwam naar de zwarte steen en kuste deze. Hij zei: "Ik weet dat jij een steen bent, die noch schade toebrengt, noch voordeel biedt. Als ik de Profeet (vrede zij met hem) niet had gezien die jou kuste, dan zou ik jou niet gekust hebben.
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimDe leider van de gelovigen, Omar ibn al-khattab, moge Allah tevreden zijn met hem, kwam naar de zwarte steen in de hoek van de Ka'aba en kuste deze. Hij zei: "Ik weet dat jij een steen bent, die geen schade toebrengt en geen voordeel biedt. Als ik de Profeet (vrede zij met hem) niet had gezien die jou kuste, dan zou ik jou niet gekust hebben.