





























Hadeeth Cards
Da'wa cards that highlight great meanings from the noble prophetic hadiths in a simple style and attractive display that helps the Muslim to have a deeper understanding of his religion in an easy way
All
Overgeleverd door Aboe Oemaamah al-Baahili — moge Allah tevreden met hem zijn — die zei: Ik hoorde de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zeggen: "Lees de Koran, want waarlijk, hij zal op de Dag der Opstanding als voorspraak verschijnen voor zijn gezellen. Lees de twee lichtgevende hoofdstukken: Soerat Al-Baqarah en Soerat Aali 'Imraan, want zij zullen op de Dag der Opstanding verschijnen alsof zij twee wolkenmassa’s zijn, of twee schaduwrijke nevelvelden, of twee rijen van vogels met gespreide vleugels die elkaar omhullen en zij zullen pleiten ten gunste van hun gezellen. Lees Soerat Al-Baqarah, want het vasthouden eraan brengt zegen, het verzaken ervan brengt spijt en de tovenaars zijn niet bij machte haar te weerstaan."
Overgeleverd door MoeslimDe Profeet (vrede zij met hem) spoorde zijn gemeenschap aan tot het veelvuldig reciteren van de Koran, want waarlijk, hij zal op de Dag der Opstanding bemiddelen voor degenen die hem reciteren en ernaar handelen. Vervolgens legde hij bijzondere nadruk op het reciteren van de twee schitterende hoofdstukken, namelijk Al-Baqarah en Aali 'Imraan, die samen bekend staan als de Az-Zahrawayn, de twee lichtbrengers, vanwege hun verlichtende werking en hun leiding. De verdienste en de beloning van het reciteren, overpeinzen en praktiseren van deze twee hoofdstukken zal op de Dag der Opstanding verschijnen als twee wolken, of als twee nevelvelden, of als twee aaneensluitende groepen vogels die hun vleugels uitgespreid houden en zij zullen hun gezellen beschermen en voor hen pleiten. Daarop benadrukte de Profeet (vrede zij met hem) nogmaals het belang van het reciteren van Soerat Al-Baqarah, het overdenken van haar betekenissen en het handelen naar haar richtlijnen, want daarin schuilt zegen en groot voordeel, zowel in het wereldse leven als in het Hiernamaals. Wie haar verzaakt, zal spijt en berouw kennen op de Dag der Opstanding. Tot haar bijzondere verdienste behoort bovendien dat de tovenaars niet in staat zijn kwaad te berokkenen aan degene die haar reciteert.
Overgeleverd door Joendoeb ibn Abdallah, moge Allah tevreden met hem zijn, zei: Wij waren samen met de Profeet (vrede zij met hem) als jonge mannen vol levendigheid en nieuwsgierigheid. Zo leerden wij eerst het geloof voordat wij de Koran bestudeerden en daarna leerden wij de Koran, waardoor ons geloof erdoor nog verder werd versterkt.
Overgeleverd door Ibn MajaJoendoeb ibn Abdallah, moge Allah tevreden met hem zijn, zei: "Wij waren samen met de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) jonge mannen die bijna volwassen waren, sterk en dapper. Bij de Profeet leerden wij eerst het geloof voordat wij de Koran bestudeerden en daarna leerden wij de Koran, waardoor ons geloof erdoor nog verder werd versterkt."
Aboe Hoeraira (moge Allah tevreden zijn met hem) rapporteerde: De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Er is geen enkele profeet die geen gave ontving waarop de mensen ook zouden hebben vertrouwd. Wat mij echter gegeven is, is een openbaring die Allah mij heeft geopenbaard. Ik hoop op de Dag des Oordeels tot de meerderheid van hen te behoren die gevolgd wordt."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimDe Profeet (vrede zij met hem) heeft verteld dat alle profeten door Allah werden bijgestaan en hen de wonderen en bovennatuurlijke tekenen werden geschonken die hun profeetschap bevestigden, zodat ieder die deze aanschouwde, in hun waarheid moest geloven. Deze tekenen waren zodanig overweldigend dat zij zich er niet tegen konden verzetten, hoewel er enkelen waren die ze ontkenden en koppig bleven. Wat hem (vrede zij met hem) betreft, zijn teken en wonder het Boek, de Koran, die Allah hem heeft geopenbaard. Dit vanwege de duidelijke, voortdurende wonderbaarlijkheid, de overvloedige voordelen en de universele bruikbaarheid: het bevat zowel oproep tot het geloof, argumentatie, als kennis van wat komen zal. Zo strekt het nut ervan zich uit tot hen die aanwezig zijn, tot hen die afwezig zijn, tot hen die leefden en tot hen die nog zullen komen. Vervolgens zei hij: “Ik hoop op de Dag des Oordeels tot de meerderheid van hen te behoren die gevolgd wordt.”
Overgeleverd door Qatadah, die zei: Men vroeg Anas hoe de recitatie van de Profeet Mohammed (vrede zij met hem) was. Hij antwoordde: “Zijn recitatie was gedragen en welluidend, met verlenging.” Vervolgens reciteerde hij: “In de Naam van Allah, de Barmhartige, de Meest Genadevolle” (al-Fatiha: 1), waarbij hij de woorden “In de Naam van Allah” verlengde, evenals “de Barmhartige”, en eveneens “de Meest Genadevolle”."
Overgeleverd door Al-BoekhariAnas ibn Malik (mag Allah tevreden zijn met hem) werd gevraagd: “Hoe reciteerde de Profeet Mohammed (vrede zij met hem) de Koran?” Hij antwoordde: “Hij verlengde zijn stem bij het reciteren, en rekte de klanken uit. Zo verlengde hij de laam vóór de haa’ in de Naam van Allah, verlengde hij de miem vóór de noen in Ar-Rahmaan en verlengde hij de ha’ in Ar-Rahīm.”
Overgeleverd door Ibn Abi Moelaikah: Een van de echtgenotes van de Profeet Mohammed (vrede zij met hem) zei: Aboe Amir zei en Nafi‘ voegden eraan toe: “Ik meen dat zij Hafsa was” dat zij gevraagd werd naar de wijze waarop de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) de Koran reciteerde. Zij antwoordde: “Jullie zouden het niet kunnen volhouden zoals hij het deed.” Toen men haar vroeg: “Vertel ons er dan toch over.” Daarop reciteerde zij een lezing die traag en zorgvuldig uitgesproken was. Aboe ‘Amir zei: Nafi‘ vertelde: “Ibn Abie Moelaykah deed het ons voor en reciteerde: ‘(Alle lof behoort Allah toe, de Heer der Werelden) (Al-Fatiha: 2), waarna hij een korte pauze inlaste; vervolgens: (de Barmhartige, de Meest Genadevolle) (Al-Fatiha: 1) en opnieuw hield hij even stil; daarna: (Meester van de Dag des Oordeels) (Al-Fatiha: 3).”
Overgeleverd door AhmedHafsa, Moeder der Gelovigen (mag Allah tevreden zijn met haar), werd gevraagd hoe de Profeet Mohammed (vrede zij met hem) de Koran reciteerde. Zij zei: ‘'Jullie zouden het niet kunnen evenaren.’' Daarop werd tot haar gezegd: ‘'Verklaar het ons dan." Nafi‘ zei: “Toen reciteerde Ibn Abi Moelaikah voor ons een lezing waarin hij zijn stem vertraagde, opdat hij aldus zou uitbeelden en dichterbij zou brengen hoe de Profeet Mohammed (vrede zij met hem) de Koran reciteerde. Hij las: ‘(Alle lof behoort Allah toe, de Heer der Werelden'), waarna hij de recitatie onderbrak; vervolgens: '(de Barmhartige, de Meest Genadevolle') en opnieuw onderbrak hij; daarna: ‘Meester van de Dag des Oordeels.”
Overgeleverd door Ali (mag Allah tevreden zijn met hem): De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) reciteerde de Koran voor ons in elke toestand, zolang hij zich niet in een staat van onreinheid (janabah) bevond.
رواه أبو داود والترمذي والنسائي وابن ماجه وأحمدDe Profeet Mohammed (vrede zij met hem) onderwees zijn metgezellen de Koran en reciteerde deze voor hen in alle omstandigheden, zolang hij zich niet in een staat van onreinheid bevond als gevolg van het geslachtsgemeenschap met zijn vrouw.
Overgeleverd door Aboe Sa'id al-Khoedri (moge Allah tevreden zijn met hem), die zei: Een man hoorde een ander die de soera {Qoel hoewa Allahoe ahad- Zeg: Allah is een} de hele nacht herhaalde. Toen de ochtend aanbrak, ging de man naar de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) en vermeldde dit aan hem. Het leek alsof de man dacht dat dit weinig was. De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Bij Hem in Wiens Hand mijn ziel is, het is gelijk aan een derde van de Koran."
Overgeleverd door Al-BoekhariAboe Sa'id al-Khoedri (moge Allah tevreden zijn met hem) vertelde dat een man de hele nacht de soera {Qoel hoewa Allahoe ahad- Zeg: Allah is een} herhaalde en niets anders zei. Toen hij de volgende ochtend naar de Profeet (vrede zij met hem) ging, vertelde hij hem hierover. Het leek alsof de man dacht dat het weinig was. De Profeet (vrede zij met hem) benadrukte, door zijn zwering, dat deze korte soera gelijk is aan een derde van de Koran.
Overgeleverd door Aboe Hoerayrah (mag Allah tevreden zijn met hem): "Toen de volgende openbaring tot de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) werd geopenbaard: (Aan Allah behoort alles wat in de hemelen en op de aarde is. Of jullie nu openbaren wat in jullie zielen is of het verbergen, Allah zal jullie daarover verantwoording afleggen. Hij vergeeft aan wie Hij wil en straft wie Hij wil en Allah is over alle dingen Almachtig) (Al-Baqarah: 284), werd dit zwaar voor de metgezellen van de Profeet (vrede zij met hem). Zij gingen naar hem toe en vielen op hun knieën, zeggende: "O Boodschapper van Allah, wij zijn belast met daden die wij nauwelijks kunnen dragen: gebed, vasten, strijd en liefdadigheid en er is deze verzen aan jou geopenbaard terwijl wij het niet kunnen volbrengen." De Profeet (vrede zij met hem) zei: "Willen jullie zeggen zoals de volkeren van de Schrift voor jullie zeiden: ‘'Wij hebben gehoord en ongehoorzaam geweest?'' Nee, zeg in plaats daarvan: '‘Wij hebben gehoord en gehoorzaamd, vergeef ons, onze Heer, en tot U is de terugkeer.'' De metgezellen zeiden daarop: "Wij hebben gehoord en gehoorzaamd, vergeef ons, onze Heer, en tot U is de terugkeer." Toen zij dit reciteerden, verzachtten hun tongen door de woorden. Hierop openbaarde Allah: (De Boodschapper gelooft in hetgeen tot hem is geopenbaard van zijn Heer en de gelovigen geloven allen in Allah, Zijn engelen, Zijn boeken en Zijn boodschappers. Wij maken geen onderscheid tussen Zijn boodschappers. En zij zeggen: ‘'Wij hebben gehoord en gehoorzaamd, vergeef ons, onze Heer en tot U is de terugkeer) (Al-Baqarah: 285). Nadat zij dit hadden gedaan, schafte Allah dit gedeeltelijk af en openbaarde Hij: (Allah belast niemand buiten zijn vermogen. Voor hem is wat hij heeft verdiend en tegen hem is wat hij heeft vergaard. Onze Heer, neem ons niet kwalijk als wij vergeten of fouten maken. Onze Heer, leg ons geen last op zoals U die legde op degenen voor ons. Onze Heer, belast ons niet met wat wij niet kunnen dragen. En vergeef ons, schenk ons genade, en wees onze Beschermer. Help ons tegen het ongelovige volk) (Al-Baqarah: 286) De Profeet (vrede zij met hem) bevestigde telkens: “Ja”
Overgeleverd door MoeslimToen Allah, de Verhevene, tot Zijn Boodschapper (vrede zij met hem) de openbaring deed: (Aan Allah behoort alles wat in de hemelen en op aarde is), in schepping, heerschappij, bestuur en voorziening. (Of jullie nu openbaren) en tonen (wat in jullie zielen is) in jullie inborst, (of het verbergen) en jullie koesteren het daarom en draag het diep in jullie harten, (Allah zal jullie daarover ter verantwoording roepen) op de Dag des Oordeels. (Hij vergeeft aan wie Hij wil), uit Zijn genade en barmhartigheid; (Hij straft wie Hij wil), uit Zijn rechtvaardigheid (en Allah is over alle dingen Almachtig) niets is Hem onmogelijk. Toen de metgezellen dit hoorden, viel het hen zwaar, omdat de openbaring hen aansprak tot verantwoordelijkheid zelfs voor wat in hun hart leefde, zelfs de subtiele neigingen en gedachten. Zij gingen naar de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem), vielen knielend neer en zeiden: "O Boodschapper van Allah, wij zijn reeds belast met daden die wij nauwelijks kunnen volbrengen zoals gebed, vasten, strijd en liefdadigheid en nu is deze openbaring tot u gekomen, terwijl wij deze niet kunnen dragen." De Profeet (vrede zij met hem) zei tegen hen: "Willen jullie zeggen zoals de joden en de christenen voor jullie zeiden: '‘Wij hebben gehoord en ongehoorzaam geweest?'' Nee, zeg in plaats daarvan: ‘'Wij hebben gehoord en gehoorzaamd, vergeef ons, onze Heer en tot U is de terugkeer." De metgezellen gehoorzaamden aan het bevel van Allah en Zijn Boodschapper en zeiden daarop: "Wij hebben gehoord en gehoorzaamd, vergeef ons, onze Heer en tot U is de terugkeer." Toen de gelovigen deze woorden met hun tong uitspraken en hun harten zich eraan onderwierpen, openbaarde Allah ter bevestiging en zuivering van de Profeet en zijn Oemma: (De Boodschapper gelooft in hetgeen tot hem is geopenbaard van zijn Heer en de gelovigen geloven allen in Allah). Hun tongen en harten gehoorzaamden aldus volledig aan het bevel van Allah. (Allen geloven in Allah, in Zijn engelen, in Zijn boeken en in Zijn boodschappers; wij maken geen onderscheid tussen enigen van Zijn boodschappers). Integendeel, wij geloven in allen van hen. (Zij zeggen: "Wij hebben gehoord) en jou woorden (en wij gehoorzamen) Uw bevel; wij zoeken (Uw vergeving, onze Heer) en Uw genade (en tot U is de terugkeer) op de Dag des Oordeels. Toen zij dit deden en gehoor gaven aan het gebod om hun gehoorzaamheid en overgave te tonen aan Allah, versoepelde Allah de verplichtingen voor deze Oemma en schafte Hij de eerdere striktere openbaring gedeeltelijk af door te openbaren: (Allah belast niemand boven zijn vermogen) en haar vermogen, kracht en inspanning. (Voor ieder) is wat hij heeft verdiend en haar daden van goedheid (en tegen hem) is er straf. (Ieder draagt) slechts de last en de schuld die hij zelf heeft verworven; Allah rekent niemand af voor de zonde van een ander, noch voor wat zijn eigen ziel hem ingeeft. (Onze Heer, reken ons niet af) en bestraf ons niet wanneer wij (vergeten) en ons iets niet meer (herinneren), of wanneer wij (fouten begaan) en het juiste achterwege laten zonder opzet. Toen verhoorde Allah hun smeekbede en zei: Ja, Ik heb het gedaan. {Onze Heer, leg ons geen last moeite en gewicht op} zoals U die legde (op degenen van vóór ons) van de kinderen van Israël en anderen. Toen verhoorde Allah hun smeekbede en zei: Ja, Ik heb het gedaan. (Onze Heer, leg ons niet op wat wij niet kunnen dragen) van verplichtingen, beproevingen en zaken waar wij niet toe in staat zijn. Allah zei: Ja, Ik heb het gedaan. (En vergeef ons) onze zonden en wis ze van ons, (schenk ons genade) voor onze zonden, bedek ze over ons heen en ga er genadig aan voorbij., (en wees ons genadig) met Uw uitgestrekte barmhartigheid, (U bent onze Heer) en onze Meester; (verleen ons overwinning) Door de overtuigende argumenten te presenteren en de doorslag te geven (tegen de ongelovige volkeren) in hun strijd en jihad. Toen verhoorde Allah hun smeekbede en sprak: Ja, Ik heb het gedaan.
Omar ibn Al-Khattaab, moge Allah tevreden over hem zijn, zei: "Een man van de joden zei tot hem: ‘'O Leider der Gelovigen, er is een vers in jullie Boek dat jullie reciteren, dat, indien het aan ons, het joodse volk, was geopenbaard, wij die dag tot een feestdag zouden hebben gemaakt.’' Hij vroeg: '‘Welk vers?'’ Hij zei: "(Vandaag heb Ik jullie religie voltooid, Mijn zegeningen voor jullie volmaakt en Ik heb voor jullie de Islam als godsdienst behaaglijk gemaakt.)" [Al-Ma’ida: 3] Omar zei: ‘'Wij kennen die dag en de plaats waar het aan de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) werd geopenbaard: staande op Arafat op een vrijdag.’'
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim“Er kwam een man van de joden naar de Leider der Gelovigen, Omar, moge Allah tevreden zijn met hem, en zei tegen hem: ‘'Er is een vers in jullie Boek, de Koran, dat jullie reciteren; indien het aan ons, het joodse volk, in onze Thora was geopenbaard, zouden wij die dag tot een feestdag hebben gemaakt, uit dankbaarheid voor de zegen van het neerdalen van dit grote vers.’' Omar (moge Allah tevreden zijn met hem) vroeg: ‘'Welk vers?’' Hij zei: ‘(Vandaag heb Ik jullie religie voltooid, Mijn zegeningen voor jullie volmaakt en Ik heb voor jullie de Islam als godsdienst behaaglijk gemaakt) [Al-Ma’ida: 3] Omar, moge Allah tevreden zijn met hem, zei: ‘'Wij kennen die dag en de plaats waar dit nobele vers werd geopenbaard. Het werd geopenbaard op een feestdag, op een vrijdag, terwijl de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) op Arafat stond; twee dagen die groot en verheven zijn voor de moslims."