





























Hadeeth Cards
Da'wa cards that highlight great meanings from the noble prophetic hadiths in a simple style and attractive display that helps the Muslim to have a deeper understanding of his religion in an easy way
All
Omar ibn Al-Khattaab, moge Allah tevreden over hem zijn: "Er wordt overgeleverd dat er tijdens het tijdperk van de Profeet (vrede zij met hem) een man leefde met de naam ‘Abdoellah, bijgenaamd Ḥimar. Deze man bracht de Profeet vaak aan het lachen, hoewel hij eerder wegens het drinken geslagen was. Op een dag werd hij opnieuw gebracht en kreeg hij een strafslag. Toen riep iemand uit de menigte: “O Allah, vervloek hem, hij wordt zo vaak gebracht!” De Profeet (vrede zij met hem) antwoordde:“Vervloek hem niet; bij Allah, ik weet niet dat hij Allah en Zijn Boodschapper niet liefheeft.”
Overgeleverd door Al-BoekhariTijdens het tijdperk van de Profeet (vrede zij met hem) was er een man genaamd ‘Abdoellah, bijgenaamd Ḥimar. Deze man bracht de Profeet soms aan het lachen met zijn woorden. Hoewel hij eerder gestraft was wegens het drinken van alcohol, werd hij op een dag weer gebracht nadat hij gedronken had en kreeg hij opnieuw een stokslag. Een van de aanwezigen riep uit: “Moge Allah hem vervloeken! Hoe vaak moet hij nog betrapt worden op drinken?” De Profeet (vrede zij met hem) antwoordde: “Vervloek hem niet en sluit hem niet uit van Allahs genade; bij Allah, ik weet niets anders dan dat hij Allah en Zijn Boodschapper liefheeft.”
Aboe Darda’ (Moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalt dat de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Weet u wat beter is dan vasten, gebed en liefdadigheid?" Zij zeiden: "Vertel het ons." Hij zei: "Het behartigen van goede relaties met familie en naasten; want het verbreken van deze banden is vernietigend."
Overgeleverd door Aboe Dawoed en At-TirmidiDe Profeet (vrede zij met hem) vroeg zijn metgezellen: “Zal ik jullie iets vertellen dat beter is dan het vele verrichten van vrijwillige vasten, gebeden en liefdadigheid?” Zij zeiden: “Ja, vertel het ons.” Hij zei: “Het verzoenen tussen strijdende partijen, want vijandschap brengt verdeeldheid, afstandelijkheid, haat en afkeer tussen de mensen teweeg. Wat voortkomt uit het verbreken van familierelaties en naastebanden, namelijk de vijandigheid is een ondeugd die zowel het geloof als het wereldse leven kan vernietigen, zoals een mes het haar wegneemt.”
Ibn Abbas (moge Allah tevreden zijn met hen ) zei, de profeet (vrede zij met hem) zei: "Breng de verplichte erfenissen over op degenen aan wie ze toekomen; wat overblijft, behoort toe aan de eerstgeborene man."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimDe Profeet (vrede zij met hem) beveelt degenen die belast zijn met de verdeling van een nalatenschap om deze toe te wijzen aan haar rechtmatige erfgenamen volgens een rechtvaardige en religieus correcte verdeling, zoals Allah, de Verhevene, het heeft gewild. De rechthebbenden op de vastgestelde delen ontvangen hun toebedeelde porties zoals bepaald in het Boek van Allah, namelijk tweederden, een derde, een zesde, de helft, een kwart en een achtste. Wat daarna overblijft, wordt gegeven aan de mannelijk naaste van de overledene, die zij de 'asaba' noemen.
Aisha, moge Allah tevreden zijn met haar, zei: De profeet (vrede met hem zijn) zei: "De hand wordt afgehakt bij een bedrag van een kwart dinar en meer".
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimDe Profeet Mohammed (vrede zij met hem) heeft verduidelijkt dat de hand van de dief wordt afgehakt bij het stelen van een kwart dinar aan goud of meer. Dit komt overeen met een waarde gelijk aan 1,06 gram goud.
Aboe Boerda al-Ansari, moge Allah tevreden zijn met hem, hoorde de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zeggen: "Niemand mag meer dan tien zweepslagen krijgen, behalve in het geval van een straf die is opgelegd door Allah".
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimDe Profeet (vrede zij met hem) heeft verboden dat iemand meer dan tien zweepslagen krijgt, behalve in het geval van misdaden. Hierbij is het niet de bedoeling dat er een specifiek aantal zweepslagen, slagen of straffen door de wetgever is vastgesteld; de betekenis is dat er bij tuchtiging niet meer dan tien zweepslagen mogen worden gegeven, zoals bij het straffen van een echtgenote of een zoon.
Ibn 'Omar (moge Allah tevreden zijn met hem ) rapporteerde: De profeet (vrede zij met hem) zei: Wie een hond houdt, behalve een jacht- of herdershond, verliest elke dag een deel van zijn goede daden, genaamd 'kiratan'. Salim zei: "En Aboe Hoeraira voegde hieraan toe: 'Of een hond voor het akkerwerk,' omdat hij een landbouwer was.
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimDe Profeet Mohammed (vrede zij met hem) waarschuwde tegen het houden van honden, behalve wanneer dit nodig is voor de jacht of ter bescherming van vee en gewassen. Wie een hond houdt om andere redenen, verliest dagelijks( twee kiraat) aan de beloning voor zijn goede daden; een hoeveelheid die bij Allah, de Verhevene, bekend is.
Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden zijn over hem) rapporteerde: De Poodschapper van Allah (vrede zij met hem) ging de moskee binnen en er kwam een man binnen die bad en de Profeet (vrede zij met hem) groette. De Profeet (vrede zij met hem) antwoordde en zei: 'Ga terug en bid, want je hebt niet gebeden'. De man keerde terug en bad zoals hij eerder had gedaan. Vervolgens kwam hij terug en groette de Profeet (vrede zij met hem) weer. De Profeet (vrede zij met hem) zei: "Ga terug en bid, want je hebt niet gebeden,' dit herhaalde hij drie keer. De man zei: 'Bij Hem die jou met de waarheid heeft gezonden, ik weet niet beter dan dit. Leer het me, alstublieft.' De Profeet (vrede zij met hem) zei: 'Als je opstaat voor het gebed, zeg dan de takbier (Allahoe Akbar), lees dan wat je van de Koran kent en buig vervolgens tot je rustig gebogen bent. Sta dan rechtop totdat je weer rechtop bent. Ga vervolgens in neerknieling (soejoed) tot je rustig neergeknield bent. Sta weer op totdat je rustig zittend bent. Doe dit in al je gebeden".
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimDe Profeet (vrede zij met hem) ging de moskee binnen. Daarna kwam er een man binnen die snel twee eenheden (rak‘at) bad en niet rustig was in zijn staan, buigen en soedjoed. De Profeet (vrede zij met hem) observeerde hem terwijl hij bad. De man kwam naar de Profeet (vrede zij met hem) die aan de zijkant van de moskee zat en groette hem. De Profeet (vrede zij met hem) beantwoordde de groet en zei tegen hem: Keer terug en herhaal je gebed, want je hebt niet gebeden. De man keerde terug en bad opnieuw, maar snel zoals hij eerder had gedaan. Vervolgens kwam hij terug en groette de Profeet (vrede zij met hem), die hem zei: "Keer terug en bid, want je hebt niet gebeden." Dit herhaalde hij drie keer. De man zei: "Bij Hem die jou met de waarheid heeft gezonden, ik kan niet beter dan dit, leer mij alstublieft." De Profeet (vrede zij met hem) zei tegen hem: Wanneer je opstaat voor het gebed, begin dan met de takbier (de openingsverklaring), lees dan de Soera Al-Fatiha en wat je verder wenst te lezen uit de Koran. Buig daarna totdat je rustig bent in de buiging, waarbij je je handen op je knieën plaatst, je rug recht houdt en goed in de buiging gaat. Sta dan weer op en houd je rug recht totdat je botten weer op hun plaats zijn. Daarna ga je neerknielen totdat je rustig bent in de neerknielingen, zorg ervoor dat je voorhoofd, neus, handen, knieën en de toppen van je voeten op de grond zijn. Sta weer op tot je rustig zit tussen de twee neerknielingen en doe dit in elke rak‘ah van je gebed.
Aboe Hoerayra, moge Allah tevreden zijn met hem, zei, dat de Profeet (vrede zij met hem) zei: "Wanneer een moslimdienaar of een gelovige de wassing verricht en zijn gezicht wast, worden alle zonden die zijn ogen hebben aanschouwd, met het water weggespoeld of met de laatste druppel van het water. Wanneer hij zijn handen wast, worden alle zonden die zijn handen hebben begaan, met het water weggespoeld of met de laatste druppel van het water. Wanneer hij zijn voeten wast, worden alle zonden die zijn voeten hebben gelopen, met het water weggespoeld of met de laatste druppel van het water, totdat hij schoon van zonden uit de wassing komt."
Overgeleverd door MoeslimUitleg van de hadith: De Profeet (vrede zij met hem) verduidelijkt dat wanneer een moslim of gelovige de wassing verricht en zijn gezicht wast, elke kleine zonde die zijn ogen hebben gezien, wordt weggewassen met het water dat van zijn gezicht druipt of met de laatste druppels van het water. Evenzo worden bij het wassen van de handen alle kleine zonden die de handen hebben verricht, weggespoeld en bij het wassen van de voeten worden alle kleine zonden die de voeten hebben gelopen, verwijderd, totdat men geheel gereinigd is van kleine zonden aan het einde van de wassing.
Djābir ibn ʿAbd Allāh (moge Allah tevreden zijn met hen ), zei: De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) leerde ons de gebedsvorm van de istikhāra (gebed om leiding) in al onze zaken, zoals hij ons een soera uit de Koran onderwees. Hij zei: ''Wanneer een van jullie een belangrijke zaak overweegt, laat hem dan twee eenheden (rakʿāt) bidden, buiten de verplichte gebeden, en vervolgens zeggen: O Allah, ik vraag Uw leiding met Uw kennis en ik vraag Uw macht met Uw kracht en ik smeek U om Uw grote gunst. Want U bent in staat, terwijl ik dat niet ben en U weet, terwijl ik dat niet weet en U bent de Kenner van het ongeziene. O Allah, als U weet dat deze zaak goed voor mij is in mijn religie, in mijn levensonderhoud en in de uiteindelijke uitkomst van mijn zaak’ of hij zei: ‘in het onmiddellijke en latere verloop van mijn zaak, maak het dan voor mij mogelijk en gemakkelijk en zegen het voor mij. En als U weet dat deze zaak slecht voor mij is in mijn religie, mijn levensonderhoud en de uiteindelijke uitkomst van mijn zaak’ of hij zei: ‘in het onmiddellijke en latere verloop van mijn zaak, houd het dan van mij weg en houd mij er ver van en beschik voor mij het goede, waar het ook moge zijn en laat mij tevreden zijn met datgene.’ En hij zei: "En dan moet hij specifiek de zaak benoemen".
Overgeleverd door Al-BoekhariWanneer een moslim een handeling wil verrichten waarvan hij niet weet wat de juiste keuze is, wordt hem aangeraden het gebed van de istikhāra te verrichten. De Profeet (vrede zij met hem) leerde zijn metgezellen dit gebed, zoals hij hen een soera uit de Koran leerde. Hij bidt twee eenheden (rakʿāt) buiten het verplichte gebed en richt vervolgens zijn smeekbede tot Allah met de volgende woorden: (O Allah, ik vraag U om leiding) bij het kiezen van het beste van de twee zaken en ik vraag U (met Uw kennis) die alles omvat. (En ik vraag U met uw kracht) dat doorgrondig is, want niets is voor U onmogelijk. En ik vraag U om Uw (grote en brede genade) en goedheid (die overvloedig is), want Uw gaven zijn een gunst van U en niemand heeft recht op Uw zegeningen. (Want U bent in staat) om alles te doen en ik ben zwak en hulpeloos (en kan niets doen) zonder Uw hulp. (En) U (weet alles) met Uw alomvattende kennis, die zowel de zichtbare als de verborgen zaken omvat, zowel het goede als het kwade. «En» ik (weet niets) behalve wat U mij toestaat te weten en mij leidt. (En U bent de Alwetende van het verborgene), met volmaakte kennis en onbegrensde macht en niemand anders bezit dit, behalve wat U hem geeft en hem in staat stelt te doen. Vervolgens richt de moslim zijn smeekbede tot zijn Heer en noemt zijn specifieke behoefte door te zeggen: (O Allah), ik heb mijn zaak volledig aan U toevertrouwd en (als U met Uw kennis) weet dat deze zaak - (en dan noemt hij zijn behoefte), zoals het kopen van dit huis, het kopen van deze auto, of het huwen van deze vrouw, of iets anders...'" Als dit in Uw kennis al is vastgelegd dat deze zaak (goed voor mij is in mijn religie) die mijn redder is (en in mijn levensonderhoud) in deze wereld, (en in het gevolg van mijn zaken), of hij zegt: (in het onmiddellijke en het uiteindelijke) in deze wereld en het hiernamaals; (stelt U het dan in) en regelt U het (voor mij), maak het gemakkelijk (en mogelijk voor mij), 'en zegen het voor mij en vermenigvuldig het goede daarin.' En als U weet, O Allah, dat deze zaak waarvoor ik om leiding vraag, 'slecht voor mij is in mijn religie en mijn levensonderhoud en het gevolg van mijn zaken — of hij zegt: in het onmiddellijke en het uiteindelijke — ver weg daarvan van mij en leid mij weg van deze zaak en stel voor mij het goede vast waar dat ook moge zijn en geef mij tevredenheid met datgene wat U beslist, zowel wat ik graag heb als wat ik niet graag heb.