





























Hadeeth Cards
Da'wa cards that highlight great meanings from the noble prophetic hadiths in a simple style and attractive display that helps the Muslim to have a deeper understanding of his religion in an easy way
All
Anas ibn Mālik (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: De boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Het Uur zal niet aanbreken, voordat de mensen zich gaan beroemen op hun moskeeën."
رواه أبو داود والنسائي وابن ماجهDe Profeet (vrede zij met hem) bericht ons dat een van de tekenen van de nadering van de Dag der Opstanding en het einde van het wereldse leven, is dat de mensen zich zullen gaan begeven tot wederzijds ophemelen en pronken met hun moskeeën; hetzij door uiterlijke pracht, versieringen en bouwstijl, hetzij door wereldse vertoon binnen die heilige ruimten, terwijl moskeeën in wezen slechts zijn opgericht ter gedachtenis van Allah.
Aïcha, de Moeder der gelovigen (moge Allah tevreden zijn met haar) zei: "De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) placht het gebed aan te vangen met de takbier en met de recitatie van: Al-ḥamdoe lillahi rabbil-‘alamin – ‘Alle lof behoort Allah toe, de Heer der Werelden’. Wanneer hij boog in de roekoe‘, hief hij zijn hoofd niet te hoog en liet hij het ook niet te laag zakken, maar hield het in een evenwichtige stand daartussenin. Wanneer hij zijn hoofd uit de roekoe‘ verhief, ging hij niet terstond in soejoed neer, maar bleef eerst volledig rechtop staan. En wanneer hij zijn hoofd uit de soejoed ophief, boog hij zich niet onmiddellijk opnieuw neer, maar zat eerst rechtop. In elke twee raka‘aat sprak hij de taḥiyyah. Hij spreidde zijn linkerbeen en richtte zijn rechtervoet op. Hij verbood de zogenaamde ‘zit van de satan’ en verbood dat een biddende zijn armen voor zich zou uitstrekken zoals een roofdier dat doet. En hij besloot het gebed met de tasliem.
Overgeleverd door MoeslimMoeder der gelovigen, Aïcha (moge Allah tevreden met haar zijn), verhaalde over het gebed van de Profeet (vrede zij met hem) dat hij zijn gebed inzette met de openings-takbier door te zeggen: ‘Allahoe akbar’ en dat hij de recitatie begon met Soerat Al-Fatiḥa. (Alle lof zij Allah, de Heer der Werelden...) En wanneer hij na het staan in roekoe‘ boog, verhief hij zijn hoofd niet en liet hij het ook niet zakken, maar hield het recht en in gelijke stand. Wanneer hij zijn hoofd uit de roekoe‘ ophief, richtte hij zich volledig op en bleef rechtop staan alvorens zich in soejoed neer te werpen. En wanneer hij zijn hoofd uit de eerste soejoed verhief, boog hij zich niet onmiddellijk opnieuw neer voor de tweede, maar bleef eerst rustig zittend tot hij geheel tot rust was gekomen. Na iedere twee raka‘at ging hij zitten voor het tashahhoed en sprak: At-taḥiyyatoe lillahi was-salawaatoe waṭ-ṭayyibaat…’ Wanneer hij tussen de twee soejoeds of voor het tashahhoed zat, spreidde hij zijn linker voet en ging daarop zitten, terwijl hij zijn rechtervoet opgericht hield. Hij verbood de bidder om in het gebed te zitten zoals de satan dat doet, namelijk door zijn beide voeten plat op de grond te leggen en op zijn hielen te gaan zitten of door zijn zitvlak op de grond te drukken, zijn benen opgericht te houden en zijn handen op de aarde te plaatsen zoals een hond die zich uitstrekt of door in de soejoed zijn armen te spreiden en neer te leggen zoals roofdieren dat doen. En hij besloot zijn gebed met de tasliem, door te zeggen: As-Salaamoe ‘Alaikoem wa raḥmatoellah’, eenmaal naar rechts en eenmaal naar links.
Overgeleverd van Abdellah, de zoon van Omar (moge Allah tevreden zijn met hen beiden): "Een man vroeg de Profeet (vrede zij met hem), terwijl hij zich op de preekstoel bevond: “Wat is uw oordeel over het nachtgebed?” Hij (vrede zij met hem) antwoordde: “Het wordt gebeden in paren van twee (rakʿa na rakʿa). Wanneer men vreest dat de ochtend zal aanbreken, verricht hij één enkele rakʿa, waardoor dit het geheel tot een oneven aantal maakt.” En hij placht te zeggen: “Laat het laatste van jullie gebeden in de nacht een witr zijn.” Want de Profeet (vrede zij met hem) heeft dit nadrukkelijk bevolen."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimEen man vroeg de Profeet (vrede zij met hem), terwijl hij zijn preek hield op de preekstoel: “O Boodschapper van Allah, leer mij hoe ik het nachtgebed moet verrichten." Daarop zei de Profeet (vrede zij met hem): “Bid twee rakʿa’s en beëindig ze telkens met de vredesgroet. Wanneer je vreest dat de dageraad zal aanbreken, verricht dan één enkele rakʿa, die voor jou een oneven afsluiting vormt van wat je reeds hebt gebeden.” En de Profeet (vrede zij met hem) placht te benadrukken: “Maak het laatste van jullie gebeden in de nacht tot een witr."
Overgeleverd door Ikrimah: "Dat Ali (Mag Allah tevreden zijn met hem) een volk in brand stak. Toen bereikte dit Ibn ‘Abbas, die zei: “Was ik het geweest, dan zou ik hen niet verbrand hebben, want de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: ‘'Bestraf niet met de bestraffing die alleen Allah toekomt.’' En ik zou hen gedood hebben, zoals de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) heeft gezegd: ‘'Wie zijn godsdienst verandert, doodt u hem.’' ”
Overgeleverd door Al-BoekhariAli ibn Abi Talib (Mag Allah tevreden zijn met hem), handelde resoluut en stak met vuur een groep ketters, afvalligen van de Islam in brand. Toen bereikte dit ‘Abdoellah ibn ‘Abbas, Mag Allah tevreden zijn met hen beiden; hij stemde in met het doden van deze personen, maar keurde het verbranden met vuur af. Hij zei: “Was ik in zijn plaats geweest, dan zou ik hen niet met vuur hebben verbrand, want de Profeet (vrede zij met hem) heeft duidelijk gemaakt dat niemand met het vuur mag straffen behalve Allah, de Heer van het Vuur. Het volstaat hen te doden, zoals de Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: ‘Wie de Islam verlaat en zijn godsdienst verandert in een andere, doodt hem.’'
Moad (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: Toen de Profeet (vrede zij met hem) hem naar Jemen zond, droeg hij hem op om van het vee de volgende bijdrage te innen: Van iedere dertig runderen een tabi‘ of tabi‘ah (een éénjarige stier of koe), van iedere veertig runderen een moesinna (een tweejarige koe) en van iedere volwassen man één dinar of het equivalent daarvan in ma‘afir-kleding, dat in Jemen werd vervaardigd.
رواه أبو داود والترمذي والنسائي وابن ماجه وأحمدDe Profeet (vrede zij met hem) zond Moad ibn Jabal, Mag Allah tevreden zijn met hem, naar Jemen om de mensen te onderwijzen en tot de Islam uit te nodigen. Onder de opdrachten die hij hem meegaf, was dat hij van de moslims de zakaat over hun runderen zou innen: van iedere dertig runderen een stier (tabi‘) of een koe (tabi‘ah) van één jaar oud en van iedere veertig runderen een koe (moesinna) van twee jaar oud. Ook droeg hij hem op de jizyah te heffen van de Mensen van het Boek (joden en christenen) waarbij van iedere volwassen man één dinar werd gevraagd of het equivalent daarvan in Jemenitische kleding, bekend onder de naam ma‘afir.
Overgeleverd door Ibn Abbas (moge Allah tevreden zijn met hen beiden) dat de boodschapper van Allah (vrede zij met hem): heeft verboden om elk dier met slagtanden van de roofdieren te eten, en elk vogel met klauwen.
Overgeleverd door MoeslimDe profeet (vrede zij met hem) heeft verboden om te eten van elk roofdier dat zijn prooi vangt met zijn tanden, en van elke vogel die zijn prooi grijpt met zijn klauwen.
Overgeleverd door Oqbah ibn 'Amir (moge Allah tevreden met hem zijn) dat de boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "De dinar was een gouden muntstuk; de Islamitische dinar woog vier en een kwart gram (4,25 g) zuiver goud."
Overgeleverd door MoeslimDe Profeet (vrede zij met hem) maakte duidelijk dat de kaffara (boetedoening) voor een An-Nadhr (onbepaalde gelofte) (wanneer iemand een gelofte aflegt zonder te specificeren wat hij ermee bedoelt of zonder deze te benoemen) dezelfde is als de boetedoening voor een eed.
Overgeleverd van Safina (moge Allah tevreden zijn met hem) dat hij zei: "De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) placht zich te reinigen van de grote rituele onreinheid met slechts één sāʿ water en verrichtte de woedoe met één mudd (Een mudd komt ongeveer overeen met twee volle handen van een gemiddeld persoon. De sāʿ bedraagt vier mudd)."
Overgeleverd door MoeslimDe Profeet (vrede zij met hem) placht zich te reinigen van de grote rituele onreinheid met één sāʿ water en verrichtte de kleine wassing (woedoeʾ) met één mudd.
Overgeleverd van Ibrahim An-Nakhaʿi van Hammam ibn al-Harith, die zei: "Jarir urineerde, daarna verrichtte hij de woedoeʾ en streek over zijn khoeffen (leren kousen). Mij werd gevraagd: ‘'Doe je dit werkelijk?'’ Hij antwoordde: ‘'Ja, ik heb de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zien urineren, daarna de wassing verrichten en over zijn khoeffen strijken.''
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimJarir ibn ʿAbdoellah (moge Allah tevreden zijn met hem) urineerde, verrichtte daarna de woedoe en volstond met het strijken over zijn khoeffen, zonder zijn voeten daadwerkelijk te wassen. Toen degenen om hem heen vroegen: Doe je dat werkelijk zo?!” Antwoordde hij: “Ja, ik heb de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zien urineren, daarna de wassing verrichten en over zijn khoeffen strijken." Jarir was pas later bekeerd tot de Islam, na de openbaring van Soera Al-Ma’ida, waarin de verzen over woedoe werden geopenbaard. Dit benadrukt dat het strijken over de khoeffen door deze verzen niet is afgeschaft.